Ik heb een droom. Dat ik een wijze oude dame wordt die in aanvaarding en dankbaarheid naar haar leven en de wereld kijkt. Ik probeer zoveel mogelijk zo te leven dat er niet teveel dingen zullen zijn waar ik spijt van heb als ik op mijn sterfbed lig. Bijvoorbeeld omdat ik iets niet gedaan heb wat ik toch heel graag had willen doen. Of omdat ik iets gedaan heb waarvan ik had gewild dat ik het niet gedaan had. Of omdat ik geen spijt betuigd heb, of onafgewerkte emotionele zaken hebben laten verslonzen. Ik doe mijn best.

Ik merk dat er van binnen iets knaagt aan mijn innerlijke rust en aan mijn levensvreugde. Ik voel een somberte, een bittere onderstroom. Het wordt steeds duidelijker en het is steeds minder makkelijk om ‘een andere kant’ op te kijken (waar ik soms ook heel goed in ben).

Ik ken de vreugde van het leven, ik kan intens genieten van kleine en van grote dingen, een bloem, een mooi beeld, de stilte, de zon (!), het proces dat leven is. Natuurlijk zijn er ook dingen niet zo goed gegaan in mijn leven, scheiding, dood, depressie. Dankbaar ben ik voor de vaardigheid van focusing. Focusing heeft mij geholpen mijn weg te vinden waar het moeilijk was. Het bracht zo vaak genade. Het hielp en helpt mij mijn leven te leven zoals het zich aan mij voordoet. En mijzelf liefdevol te aanvaarden zoals ik ben (nou ja, meestal dan). Maar nu even niet, er is dat bittertje, die somberheid.

Wil ik ook maar iets van mijn droom een kans geven dan zal ik aan het werk moeten. Ik weet het, maar ik lijk niet goed te weten hoe. Bovendien heb ik er niet veel zin in. Ik kijk er zelfs een beetje tegen op, wie weet wat het me brengt. Ondertussen wordt het knagen groter en ook het effect op mijn levensvreugde. Waar is die toch gebleven? Ik begin me wat zorgen te maken over de somberte. Er dreigt toch geen depressie?

Ik benoem het zo hier en daar aan deze of gene, en voel zelf ook wel dat ik wat aan de oppervlakte blijf. Ik kan wel wat dingen benoemen, maar echt helpen doet het niet, ik vind het bovendien vooral oude meuk. “Ik moet er iets mee”, zeg ik zowel tegen de ander als tegen mijzelf. En daar blijft het bij. Ondertussen knaagt het door, ik merk dat ik er ook wat boos over begin te worden.
En nu staat er ook nog een verdiepingsdag over ouder worden op het programma. Ik word er een beetje zenuwachtig van … wat als ik er zelf zo’n potje van maak? En geen weg zie …. Ik bedenk me dat ik de boeken van Mia Leijssen nog maar eens terug moet lezen en ik heb een boek besteld over gelukkig en wijs ouder worden ….. of misschien toch maar therapie.

Er komt een lieve wijze vriendin op bezoek. Ik vertel haar over het verlies van levensvreugde, het bittertje en het sombere. Ik vertel ook iets over mijn grieven, de moeilijke onderwerpen. Natuurlijk blijken ze vooral te gaan over wat anderen doen of niet doen, wat de omstandigheden mij aandoen. Lieve vriendin luistert en is stil. Zonder op het moeilijke in te gaan zegt ze na een tijdje “het lijkt wel of je te weinig erkenning hebt gegeven aan jouw eigen noden en behoeften”. Pats, raak! Het muntje valt! Ja, dát is het. Ik voel meteen een ontspanning van binnen. Ik heb niet écht erkenning gegeven aan hoe het voelt van binnen. Ik denk er over, en dat ik nodig iets moet doen, en dat ik dit niet wil etc. etc. Maar even stil staan, écht stil staan en erkenning geven aan wat verschillende dingen met mij dóen, hoe ze me ráken, dát heb ik nog niet gedaan. Erkennen dat het me pijn doet en dat ik er lást van heb. Er volgen in ons gesprek nog een heleboel mooie en wijze woorden, maar het werk is gedaan! Het muntje is gevallen.

Ik besluit na het bezoek drie dagen te gaan fietsen. Door het Groningse platteland en over de dijken langs het wad is het stil en hard trappen geblazen. Er is alle ruimte voor mijn innerlijke roerselen. Hoe goed doet het om verbinding te maken met van binnen, ruimte te maken voor wat daar naar boven wil komen, met tranen, met boosheid, met pijn, met verzet, met alles.

Wat het moeilijkste is, is het verzet tegen de pijn en tegen verdriet. Natúúrlijk wil ik graag erkenning van íedereen. Natuurlijk wil ik graag vrije ruimte om me te ontplooien, te zijn wie ik ben. Natúúrlijk wil ik graag begrip en steun. Én …. zo gaat het niet altijd, de omstandigheden zijn er niet altijd naar, de communicatie verloopt niet altijd op die manier. Natúúrlijk word ik daar boos en verdrietig over, het is ook niet eerlijk en het is ook verdrietig.

Ik kan me ertegen verzetten en nóg zo mijn best doen maar ik kan niet voorkómen dat het soms anders loopt dan ik graag zou willen. Het enige dat ik kan doen is verbinding maken met vanbinnen, nagaan wat het met me doet en daar erkenning aan geven en ruimte voor maken. Met álles wat daarbij hoort. Ik voel, ik luister en ben stil en trap rustig verder ….. ik geef het ruimte en erkenning … en wacht … misschien komt er nog meer, ik voel dat af en toe een traan over mijn wang rolt.

Ik voel hoe het van binnen langzaam lichter wordt. Ik verbaas me, “Góh, hoe kon ik dat nou vergeten?” Erkenning is het sleutelwoord, zo wezenlijk. Erkenning én ruimte geven. Dat betekent ook iets van ruimte maken voor mijn ‘ik die ruimte kan geven’, vriendelijke ruimte, zonder oordeel of doel, maar gewoon een beetje belangstellend en meevoelend. Ik moet ook wel een beetje lachen zo in mijzelf, hoe kón ik dat nou vergeten? En ik moet denken aan Erna de Bruijn die in één van de video-opnames aan een focusser vraagt: “Heb je het al begroet?” en de focusser grinnikend zegt: “Oops, even vergeten”. En hoe je dan ziet dat dat zichtbaar ruimte geeft.

De kracht van begroeten – Je kunt praten over iets, soms helpt benoemen ook heus wel, maar meestal is het niet genoeg. Je kunt ook een gesprek aangaan met ‘daar van binnen’. Niet om het te vertellen hoe het zich zou móeten voelen of dat het niet nodig is zich zo te voelen, of andere dingen om het te laten weten dat het anders zou moeten zijn dan het is. Nee, zo niet, wél om het de ruimte geven je te laten voelen en te laten weten (al dan niet in woorden) hoe het voor dat-daar is vanuit het éigen perspectief.

Opnieuw verbaas ik me op een bijna vrolijke manier, ‘hoe is het nou toch mogelijk dat ik dat even was vergéten?”. En als ik hier ben met mijn bespiegelingen, geloof het of niet dan breekt de zon door, het wordt warm, regenjas en trui kunnen uit en opeens valt me op hoe mooi en hoe helder de kleuren zijn van de bloemranden om de velden …. (natuurlijk is hiermee niet alles opgelost, voor sommige dingen is erkenning en doorvoelen genoeg, voor andere dingen moet ik ook echt iets gaan doen of een gesprek aangaan – wat niet altijd heel eenvoudig is – maar het begin is gemaakt!)